Tong
Wetenschappelijk I Solea solea
Engels I Sole
Frans I Sole
Duits I Seezunge
Spaans I Leguado/soldado
Italiaans I Sogliola
Uiterlijk

De naam duidt op zijn platte vorm of, liever gezegd, vergelijkt deze vorm met gebruiksvoorwerpen of andere gewone dingen, waar hij de bewoners van verschillende landen aan doet denken. De meest verbreide volksnamen zijn dan ook: 'zeetong', 'zool' of 'sandaal'. De tong heeft een kleine, ronde kop met kleine ogen en een bek in de vorm van een komma. Bij het jagen gaat hij dan ook meer op zijn reuk- dan op zijn gezichtsvermogen af. De neusgaten aan de blinde zijde zijn iets gezwollen, maar hebben toch niet de vorm van een rozet.Aan dezelfde kant zitten wratjes bij de bek. Aan de bovenkant is de tong bruin met donkere en lichte vlekjes en spikkels, de rechterzijde is roomwit.

Voorkomen

De tong leeft op zandbodems, op 10-100 meter diepte, bij uitzondering tot op 200 meter.Op 1,5-3 meter worden meer pootvissen aangetroffen.

 

Paaitijd

Tongen paaien van april tot augustus, dichtbij de kust, op 40-50 meter diepte. De larven drijven eerst in het water. De verschuiving van het oog van de linker- naar de rechterzijde en de andere aanpassingen aan het leven op de bodem beginnen wanneer de larven 12-15 mm lang zijn.

 

Meer info