Grote Pieterman
Wetenschappelijk I Trachinus Draco
Engels I Greater Weever
Frans I Grande Vive
Duits I Großer Weberfisch, Petermännchen
Spaans I Pez Araña
Italiaans I
Uiterlijk

De grote pieterman is een tot 40 centimeter lange, slanke vis met een zijdelings platgedrukt lichaam en de bouw van een baarsachtige. Hij heeft een in verhouding grote kop met een opwaarts gericht bek. Hij is groengrijs tot geelbruin, de rug donkerder dan de zijden en de buik met donkere, korte strepen. Boven de ogen staan twee tot drie kleine stekels. 

De borstvin is afgerond met een inkeping. De twee stekels van de eerste rugvin en die van de kieuwdeksels zijn voorzien van gifklieren. De stekels zijn gegroefd en zodra er druk op komt, wordt het gif langs de groeven naar buiten geperst.

Voorkomen

De vis leeft op een zachte zand- en slikbodem waarin hij zich bij verstoring zeer snel kan ingraven, waardoor hij vaak niet of nauwelijks opvalt. De grote pieterman komt voor op diepten tot meer dan 100 meter.  Hij komt voor in de hele Middellandse Zee, de Zwarte Zee, de oostelijke Atlantische Oceaan en in het Kattegat. Langs de Nederlandse en Belgische kust is de vis sinds de jaren 1960 vrij zeldzaam geworden door het gebruik van bodemvistuigen in de zuidelijke Noordzee.

Paaitijd

De paaitijd van de grote pieterman duurt van ongeveer begin juni tot eind augustus. De eitjes zweven in water tussen het plankton. 

Meer info

De grote pieterman jaagt voornamelijk 's nachts op kleine vissen en kreeftachtigen die op de zeebodem leven. Overdag houdt hij zich schuil onder het zand. Zijn gifstekel dient enkel ter verdediging.