Steur
Wetenschappelijk I Acipenser sturio
Engels I Sturgeon
Frans I Esturgeon
Duits I Stör
Spaans I Esturión
Italiaans I Storione
Uiterlijk

De steuren (Acipenseridae) vormen een familie van ongeveer 26 vissoorten uit de orde Steurachtigen (Acipenseriformes). De naam wordt ook gebruikt voor meer dan 20 steurensoorten. Soms wordt de naam exclusiever gebruikt voor vissen uit de geslachten Acipenser en Huso, die deel uitmaken van deze familie. 

 

De steuren worden onderscheiden van andere vissenfamilies door hun langgerekte lijf, het ontbreken van schubben en hun soms opvallende grootte, waarbij de vissen 2 tot 3,5 meter lang kunnen worden. Er zijn zelfs gevallen bekend van vissen die wel 6 meter lang werden, en 400kg wogen.

 

Enkele steursoorten zijn gegeerd voor hun kuit, de kaviaar. Doordat juist de geslachtsrijpe vrouwtjes werden gevangen voordat ze voor nageslacht hebben gezorgd, zijn die soorten erg kwetsbaar voor overbevissing. Daarom is er nu een verbod op de vangst, en wordt in verschillende landen steur gekweekt specifiek voor de kaviaar. De vissen worden 'geoogst' als ze minstens 8 jaar oud zijn.

 

 

De steur die je in onze contreien kan terugvinden, is o.a. de Oost-Atlantische steur. Zijn vier voeldraden zijn rond, zonder veel bijzonderheden. Ze reiken platgelegd net niet tot de mondspleet. De onderstandige mondspleet neemt twee derde van de snuitbreedte in beslag. De onderlip is gedeeld. De Oost-Atlantische steur heeft 24 tot 40 laterale, 9 tot 16 ventrale en 9 tot 14 dorsale huidplaten. De rugzijde is grijs tot bruin, de buikzijde is lichtgekleurd. 

 

In de Benelux worden regelmatig ook deze soorten gevangen. Dit zijn soorten die in tuincentra te koop worden aangeboden voor vijvers en aquaria. Na enige tijd worden de grote vissen dan weer in het open water losgelaten:  

- Russische steur (Acipenser gueldenstadti): Bekdraden dichter bij de snuit dan bij de bek (max. 500–600 cm). De kaviaar van deze steur wordt bij STELOY verkocht!

- Siberische gladbuiksteur (Acipenser baerii): Het lichaam en de vinnen zijn eenkleurig donkerbruin. (max. 250 cm, 200 kg). De kaviaar van deze steur wordt bij STELOY verkocht (Oscietra)! 

- Sterlet (Acipenser ruthenus): Heeft 56 tot 71 beenplaten op de flank (max. 120 cm lang) 

- Stersteur (Acipenser stellatus): Heeft onregelmatige beenplaatjes tussen de rijen, donkergrijs met witte buik (max. 250 cm, 80 kg). 

 

 

Voorkomen

De steuren vormen een van de oudste nog levende beenachtige vissenfamilies. Ze komen voor in subtropische, gematigde en subarctische rivieren, meren en kusten van Europa, Eurazië en Noord-Amerika. 

De meeste steuren zijn trekvissen, die hun voedsel vinden in de bodems van zoet of brak water en die bovenstrooms paaien. Sommige soorten leven uitsluitend in zoet water; slechts weinige wagen zich in open zee nabij de kust.  De meeste soorten worden gekwalificeerd als kwetsbaar, bedreigd of kritisch bedreigd. Steuren zijn gevoelig voor milieuverontreiniging. 

 

De steur wordt geboren in zoet water maar trekt later naar de zee, dit wordt wel anadroom genoemd. Oorspronkelijk kwam de Europese steur in alle grote rivieren van Europa voor. Momenteel zijn er enkel nog populaties te vinden in het Gironde-Garonne-Dordogne-bekken in Frankrijk en in het Rionibekken in Georgië. De populatie uit de Gironde wordt geschat op enkele duizenden dieren, de grootte van de populatie in de Rioni is onbekend. Volwassen dieren kunnen op zee over een groter gebied voorkomen: individuen van de Girondepopulatie worden teruggevonden in Golf van Biskaje en de Noordzee. 

BENELUX: In België werd de steur teruggevonden in het Maas- en Scheldebekken. In het Scheldebekken werd steur waargenomen in Gent, Lokeren en ergens op de Hene. In de Maas kwam de steur tot bij Luik voor. 

De laatste steuren leefden en plantten zich voort in de IJsseldelta bij Kampen en in de Biesbosch. Voor de vorming van de Biesbosch in 1642 werd de steur al zeldzaam, doordat het oorspronkelijke krekensysteem van de Nederlandse rivierdelta al was verdwenen door de bedijkingen. Na de Sint-Elisabethsvloed was er weer een geschikte biotoop ontstaan en werd de steur weer regelmatig gevangen.  In het verleden werden steuren in Nederland onder andere in het voorjaar en zomer gevangen in de IJsselmond, het Hollands Diep, het Haringvliet en de Biesbosch. De inwoners van Kampen werden vroeger 'steurkoppen' genoemd. Rond 1900 waren er in Nederland nog zo'n 3000 steuren in de rivieren. In 1953 is de laatste Nederlandse steur in de Waal bij Tiel gevangen. In mei 2012 is de Atlantische steur geherintroduceerd in Nederland. De van een zender voorziene jonge steuren zwommen via de Nieuwe Waterweg naar zee. Deze route is voor de vissen echter gevaarlijk en ongunstig, wat door onderzoekers als een reden werd gezien om de Haringvlietdam die voor steuren en andere vissen een belangrijke route is naar de gastvrijere Zeeuwse wateren op een kier te houden. In augustus 2012 is er een steur van 105 cm gevangen in het Noord-Hollandse Andijk.

 

 

 

Paaitijd

Steuren worden gemiddeld ongeveer 50 jaar oud, maar kunnen tot 100 jaar leven. Mannetjes worden geslachtsrijp na 7 tot 15 jaar en vrouwtjes van 8 tot 20 jaar. De volwassen steur komt vooral voor in ondiepe kustwateren en trekt voor de voortplanting de rivieren op.  

Deze vindt plaats van mei tot het einde van juni. Over het algemeen voeden ze zich niet tijdens hun trek op de rivier en paaien ze in diepe kuilen in de grindbedding van de rivier.  Over de voortplanting van steuren bestaat nogal wat controverse, maar het is aannemelijk dat veel steuren in krekensystemen in de benedenloop van de rivier hebben gepaaid. Er werden echter ook steuren gezien die in de Rijn tot aan Bazel zwommen. Waarschijnlijk is er sprake geweest van subpopulaties met verschillende voortplantingsstrategieën, net zoals bij de zalm.  Vrouwelijke steuren kunnen tot 1,5 miljoen zwarte kleverige eieren afzetten (de kaviaar). De jongen blijven na het uitkomen nog tot hooguit vier jaar in het zoete water. Ze doen er vrij lang over om zich aan het zoute water aan te passen en ze blijven tot vijfjarige leeftijd in het brakke water bij de riviermonding. Daarna zijn ze bestand tegen het zoutgehalte van de volle zee. Ook op zee blijven jonge en volwassen steuren op ondiep water vlak bij de kust.  

Meer info

Jonge steuren eten nog schaal- en schelpdieren, wanneer ze groter worden schakelen ze over op bodemvis.